Home Home      Inhoudsopgave Inhoudsopgave     

NOG DRIE MAANDEN TE LEVEN

Het bericht trof me als een mokerslag. 'We kunnen niets meer voor u doen. U hebt nog drie, maximaal vier maanden te leven. U mag morgen naar huis.' Het duizelde me letterlijk. De oncoloog keerde zich om en liep weg, niet bij machte om de vloed van mijn emoties te delen. Ik plukte wanhopig aan mijn pyjama en zag de bloemen van tante Cybil door een waas van tranen.

Uit de leegte van die shocktoestand kwam uren later een vreemde gedachte omhoog. Ik had wel eens gelezen over bepaalde volksstammen waar soms een stamlid wegens wangedrag ritueel werd verstoten uit het stamverband. Zo iemand liep het oerwoud in ging ergens liggen en was in drie dagen dood, ook al at en dronk hij wel. Gewoon door de kracht van die banvloek. Zo voelde ik me ook. Ik had nog enige uren de tijd om over de situatie na te denken voordat mijn familie kwam.

Als een tweede mokerslag, maar dan in opwekkende zin, trof me opeens het volgende besef. Als een banvloek zo dodelijk kan zijn, dan moet het tegenovergestelde ook mogelijk zijn. Er moet dus een manier zijn om te genezen.

Hiermee zette zich in mij een nieuwe ontwikkeling in. Zeker, ik was doodmoe van de maandenlange operaties, chemokuren en bestralingen. Mijn mooie blanke huid zag grauw als die van een olifant. Ik was bereid om te sterven. Ik vond het prima om naar andere oorden te vertrekken. De rust van de dood trok me aan. Maar tegelijkertijd was er een ander, even diep deel in mij dat ernaar verlangde om verder te leven. Ik had nog veel leuke, nuttige en spannende dingen te doen.

Ik besloot een bijzonder spel met mezelf te spelen. Een spel op leven en dood. Ik was de enige speler, maar veel stukken in mezelf speelden mee. Ik besloot me helemaal in te zetten voor de beste uitkomst, wat die ook zou zijn. Als ik zou sterven wilde ik bewust en in vrede sterven. Als ik verder leefde, wilde ik bewust en in vrede leven. Ik moest mezelf samensmeden en integreren tot een geheel. 'Mooi woord', bedacht ik. Geheel. Geheeld. Helen. Het gaf me moed.

Mijn dood was dichterbij dan ooit. Ik accepteerde dat. Ik leefde me helemaal in ... in mijn dood, op zo'n manier dat ik er vrede mee sloot.

Het kostte me drie dagen van letterlijk zweten van doodsangst voor ik echt helemaal tot in mijn cellen bereid was om te sterven. Het moeilijkste was de ontmoeting met dat stuk in mij dat dood wilde. Alles wat gekwetst was in mijn leven en moe en bang, wilde wel sterven. Een zinnetje kwam steeds bij me op: 'En hij rust in vrede'. Wat klonk dat heerlijk. Uiteindelijk, door het helemaal te durven voelen en ook mijn doodsverlangen te accepteren ontstond er een diepe vrede met de uitkomst van dit spel. Ik was bereid, de dood mocht komen. Ik was bereid, het leven mocht komen.

Vanaf dat ik thuis was, deed ik alleen nog maar waar ik zin in had. Dat viel niet mee. Eerst moest ik weer ontdekken wat ik leuk en spannend vond in plaats van nuttig. Ik onderzocht mijn ideeën die ik in het ziekenhuis had. Ik schrapte er een paar, vooral in de categorie 'zinvol'. Ik begon met kleine dingen die me blij maakten. Ik nam een hond uit het asiel. Na een paar uur speuren op het internet vond ik precies de soort die ik altijd al had willen hebben. Het dier was mij zichtbaar dankbaar voor zijn redding uit zijn voorportaal van de dood. Ik noemde hem Boris. Mijn familie vond het allemaal zeer vreemd. Voorzichtig vroegen ze me of de hond wel in mijn leven paste op dit moment. Ik snapte wat ze bedoelden.

Ik ging niet meer naar de kerk. Mijn ouders waren daar heel verdrietig over en vroegen zich af of ik nog wel in de hemel kwam. Niets kon mij minder boeien.

Zo schrapte ik alles wat ik uit plicht deed of om het anderen naar de zin te maken. Mijn leven werd een stuk simpeler en leuker.
Pijn had ik weinig. Soms nog wel eens in de nacht. Als ik pijn had, stortte ik me er helemaal in. Dan kwamen er vaak vreemde beelden of dromen omhoog uit de diepste diepten van mijn ziel. Ik liet ze komen. ik stuurde stromen liefde naar de pijn, want door de pijn wist ik waar de gezwellen zaten. De pijn werd al na twee weken een stuk minder.

Ik vergat steeds vaker dat ik kanker had. Een van de moeilijkste besluiten was om tante Cybil voorlopig niet meer te zien. De lieve schat was diep gekwetst. Ik voelde me daar tot mijn verbazing niet schuldig over. Het was haar keus om gekwetst te zijn. Ik had nota been nog de moeite genomen en het respect getoond om haar uit te leggen waarom. 'Kijk, lieve tante', zei ik. 'Ik word altijd heel moe van een bezoek van u. U praat alleen maar over uzelf en klaagt alleen maar over uw leven. U ratelt maar door en over andere mensen heeft u alleen maar negatieve verhalen. Tussendoor vraagt u even hoe het met mij is, en met "de ziekte". Maar de kans om te antwoorden krijg ik niet. Bedankt voor de kadootjes en de bloemen, maar voorlopig wil ik geen contact meer.'

Ook dit nam mijn moeder me niet in dank af. Ze vroeg me zelfs of de ziekte me niet een beetje raar had gemaakt. Ik zei: 'Raar niet, wel anders.' Ik ging op kamers, iets wat ik uit angst veel te lang had uitgesteld. Ik zocht werk in een dierentuin. Mijn oude droom. Mijn dure diploma's waar mijn ouders nog trotser op waren dan ikzelf, lagen ongebruikt in de kast. Ze slikten het zo goed mogelijk. Ergens begonnen ze me te begrijpen. Ik hou veel van ze.

Na zes maanden leefde ik nog steeds. In feite voelde ik me beter dan ik me ooit gevoeld had. Vanaf mijn vertrek uit het ziekenhuis was ik met alle medicijnen gestopt.

Ik liet mijn lichaam uit nieuwsgierigheid scannen. De uitzaaiingen waren allemaal verdwenen. De oncoloog was blij voor me maar ook een beetje ontzet. 'Gefeliciteerd met uw spontane genezing,' waren de laatste woorden die ik van hem hoorde.

Ik ben nu getrouwd met Sarah, de mooiste bloem van Afrika. Heerlijk om haar gitzwarte huid te masseren met olie. Onze kinderen zijn bijna nog mooier dan Sarah. Wat een rijkdom aan liefde hebben we in huis.

Ik leg mijn hand op de kop van mijn oude makker Boris. Ik nodig hem uit voor een wandeling in de schemering van de vallende avond, mijn favoriete deel van de dag. Hij gaat maar wat graag mee.


WELKOM...
Welkom!

...op deze website. Wat je hierboven hebt gelezen is een waargebeurd verhaal uit het boek "Het pad van creatie: bewust je eigen toekomst scheppen vanuit het hart" van Ab Straatman. Na te zijn opgegeven door het medische systeem benaderde de hoofdpersoon kanker zoals geen enkele arts dat waarschijnlijk ooit zou voorschrijven. Maar hij genas. En daar gaat het om.

Deze site is het resultaat van een lange studie naar kanker en alles eromheen: de wetenschap, de rol van alle betrokken partijen, de gangbare behandelingen en de alternatieven daarvoor. Niet alleen de zogenaamde 'heersende opinie' van de reguliere kankerbehandelaars en onderzoekers is tegen het licht gehouden, maar ook andere benaderingen: natuurlijk, ayurvedisch, homeopatisch en zelfs spiritueel.

Voor de effectiviteit van therapieën die buiten het reguliere circuit vallen blijkt soms verrassend veel wetenschappelijk bewijs te vinden als je ernaar zoekt op wetenschappelijke platforms als PubMed, Google Scholar en ScienceDirect (ref.). Toch hoor je er doorgaans weinig over. Waarom zou dat zo zijn?

Wat is kanker eigenlijk precies? En wat is de beste manier om er vanaf te komen als je naar de resultaten van de verschillende behandelingen kijkt?

Hoe is het huidige systeem van chemo en bestralen eigenlijk tot stand gekomen, en hoe vergaat het patiënten die daar liever van afzien?

Waarom zijn er na decennia van kankeronderzoek nog steeds zoveel soorten kanker waarbij de huidige oncologie nauwelijks enig perspectief biedt?

KankerVerslagen is bedoeld voor mensen die te horen gekregen hebben dat zij, of één van hun dierbaren, kanker hebben. Of die juist willen voorkomen dat dat ooit gebeurt. En die, net als wij toen wij aan ons onderzoek begonnen, moeilijk kunnen geloven dat de huidige conventionele behandelmethoden het beste zijn wat onze samenleving aan kankerpatiënten te bieden heeft.

Op deze site klinkt een heel ander geluid dan je meestal in de media en van medici hoort. Maar wel een geluid waar je hopelijk wat aan zult hebben voor je begip van deze aandoening, en hoe er het beste mee om te gaan. Het is een geluid van nieuwe inzichten, opzienbarende genezingen en HOOP.

KankerVerslagen


Het huidige systeem

Laten we eerst eens kijken naar die resultaten van de behandelingen die de reguliere oncologie hanteert, dus voornamelijk chemo, bestraling, operaties en pillen. Meestal een combinatie daarvan.


Maagkanker Overlevingspercentage Endeldarmkanker Overlevingspercentage Prostaatkanker Overlevingspercentage Alvleesklierkanker Overlevingspercentage Eierstokkanker Overlevingspercentage Kleincellige Longkanker Overlevingspercentage Nierkanker Overlevingspercentage Slokdarmkanker Overlevingspercentage Darmkanker Overlevingspercentage Borstkanker Overlevingspercentage |
Bronnen: Cancer Treatment Centers of America, Cijfers over Kanker

Het is duidelijk dat er ook na miljardenuitgaven en ontelbare manuren aan onderzoek nog steeds weinig hoopgevende resultaten geboekt worden in de reguliere zorg als het om de behandeling van kanker gaat.

Voor sommige kankersoorten is er wel wat progressie geboekt, maar als je gediagnosticeerd wordt met bijvoorbeeld maagkanker of slokdarmkanker, is de kans groot dat je er binnen twee jaar al niet eens meer bent.

Als je deze grafieken zo bekijkt, lijkt niet alleen de kankerdiagnose, maar met name ook het moment dat er begonnen wordt met de conventionele behandeling een belangrijke factor te zijn bij de snelle aftakeling van veel patiënten.

Vooral als je bedenkt dat patiënten vaak al jarenlang met een (al dan niet groeiende) tumor in hun lichaam leven voordat hij überhaupt geconstateerd wordt.


Hoe komt dat?

Jaren van eigen onderzoek hebben ons doen inzien dat de benadering van kanker die het reguliere circuit hanteert, op meerdere punten niet klopt. Dat gebeurt al helemaal aan het begin van het traject, bij de vraag wat kanker eigenlijk is.

De heersende opinie binnen de medische wetenschap is dat kanker "een ziekte is van woekerende cellen die onstaan door mutaties in het DNA, als gevolg van fouten bij de celdeling" (ref.).

Het ontstaan hiervan wordt, afgezien van wat geijkte boosdoeners als roken en asbest, in de meeste gevallen gewoon "pech" genoemd (ref.).

Maar dat is helemaal niet zo. Er is geen sprake van fouten; kankercellen doen precies wat ze moeten doen. Ze doen een beroep op een bepaald stukje DNA-code, net zoals iedere cel dat doet voor de uitvoering van zijn functie.

Deze onjuiste benadering komt misschien mede doordat de werking van DNA nog zo slecht begrepen wordt door veel medische wetenschappers. We komen hierop terug op onze pagina over DNA.


Verkeerd spoor

De logica achter een visie die uitgaat van "foutjes in het DNA" is echter moeilijk te volgen als je er kritisch naar kijkt.

Een ezel stoot zich over het algemeen...

Want ga maar na: als het hier om foutjes in het DNA zou gaan, zou het dan voor de hand liggen dat het resultaat steeds hetzelfde is? Honderden miljoenen mensen, dieren en planten in de wereld hebben kanker (gehad), en dat zou allemaal het resultaat zijn van steeds dezelfde blunder die begaan wordt door het organisme bij het kopiëren van DNA?

Normaal gesproken als er ergens foutjes gemaakt worden in een codering of programmering, is het resultaat steeds verschillend. Je hoeft maar willekeurig wat stukjes code uit bijvoorbeeld een computerprogramma of de bron van een webpagina te verwijderen en het resultaat op je scherm te bekijken, om te zien wat we bedoelen.

Niet dat elke kanker er hetzelfde uitziet, verre van dat. Maar het principe is wel steeds hetzelfde. En dat principe is zoiets ingewikkelds en abnormaals als een kankercel. Een tumor is namelijk niet zomaar wat wildgroei, wat je op basis van "foutjes" eerder zou verwachten. Dat kennen we ook in de fysiologie, bijvoorbeeld in de vorm van een goedaardig gezwel, een vleesboom of een pukkel.

Kanker daarentegen is een uitzonderlijk verschijnsel dat geheel zijn eigen wetten volgt.


Zelfherstellend vermogen platgelegd

Het menselijk lichaam heeft normaal gesproken verschillende mechanismen tot zijn beschikking om afwijkend gedrag van cellen te beteugelen. Die weet de kankercel echter allemaal slim te omzeilen.

Kanker:

  • creëert zijn eigen groeistimulerende signalen

  • blokkeert signalen uit zijn omgeving

  • schakelt het zelfmoordprogramma (apoptose) uit dat normale cellen ertoe aanzet om te sterven

  • legt zijn eigen aderstelsel aan (angiogenese)

  • maakt eiwitten en soms HCG hormonen aan die de anti-kankercellen uit het afweersysteem beteugelen

  • maakt een enzym genaamd telomerase aan dat de beschermende uiteinden van zijn chromosomen (telomeren geheten), die normaal gesproken korter worden na iedere celdeling zodat de cel uiteindelijk sterft, weer aan laat groeien.

Let vooral even op dit laatste punt: een kankercel weet genen te activeren die ervoor zorgen dat hij onsterfelijk wordt en oneindig kan blijven delen - iets wat bijna geen enkele andere cel kan! En dan zou hij niet weten hoe hij zijn 'beschadigde' DNA moet repareren, iets wat normaal gesproken juist bijna iedere cel kan?

Het gedrag van een kankercel wijkt totaal af van dat van een normale cel, het lijkt er helemaal op gericht om zich af te willen sluiten van zijn omgeving.

Zelfs als die omgeving uitzonderlijk agressief en giftig is, zoals het geval kan zijn tijdens een bestralings- of chemokuur, kan hij zichzelf vaak nog zodanig aanpassen dat hij hier immuun voor wordt.


Meer onlogica in de klassieke opvatting

Een tweede reden om aan te nemen dat het bij kankercellen niet gaat om foutjes maar om een heel ander lichaamsmechanisme, is dat experimenten hebben aangetoond dat kankercellen onder bepaalde condities ook weer normale cellen kunnen worden.

Normale cellen rond een kankercel

Vreemd genoeg wordt dit gegeven grotendeels genegeerd binnen het huidige kankeronderzoek, maar het is al decennialang bekend. De Duitse Nobelprijswinnaar Otto Warburg deed er in de jaren '30 al onderzoek naar, en sindsdien is het vele malen onder laboratoriumomstandigheden aangetoond (ref.).

Een normale cel die kan veranderen in een kankercel, maar vervolgens onder de juiste omstandigheden ook weer normaal kan gaan werken, geeft dat blijk van een paar mutaties op basis van foutjes? Dat klinkt niet erg logisch.

Temeer omdat de spontane verdwijning van kanker niet alleen in vitro gezien is, maar ook in vivo, bij de patiënt zelf dus. Er zijn duizenden goed gedocumenteerde gevallen van spontane genezing bij kankerpatiënten bekend in de medische literatuur, zonder enige vorm van behandeling. Soms zelfs nog in het laatste stadium.

Ook hebben experimenten laten zien dat wanneer de kern van een kankercel, waar dus volgens oncologen dat beschadigde DNA in zit, in een gezond cellichaam geplaatst wordt, het kankerachtige gedrag dan stopt. Als de cel zich vervolgens deelt, komt daar ook een gezonde cel uit (ref.).

Omgekeerd werd vastgesteld dat wanneer de kern van een gezonde cel naar een kankercel getransplanteerd werd, die het kankerachtige gedrag niet kon stoppen. Dan blijft het een kankercel of sterft hij. Hoe is dat te verklaren met de "foutjes in de genen"-theorie? Daar klopt iets niet.

Resultaat celdeling na celkerntransplantatie

Als de genentheorie de juiste was, zouden mensen over de hele wereld bovendien ongeveer even vaak kanker moeten krijgen. Maar dat is zeker niet zo. Bij volken die er een meer natuurlijke en sociale levensstijl op nahouden, zoals inheemse stammen en mensen in zogenaamde "Blue Zones", komt kanker veel minder voor (ref.).

Ook vroeger was kanker een weinig voorkomende ziekte, zo heeft onderzoek bij o.a. Egyptische mummies en botten van Neanderthalers uitgewezen (ref.).


Tegen de natuur in

Het is belangrijk om te beseffen dat kanker geen boze indringer van buitenaf is, zoals andere ziektekiemen dat wel kunnen zijn. Het is iets wat het lichaam zélf doet. Hier lopen we tegen de volgende tegenstrijdigheid aan: waarom zou het lichaam iets doen wat uiteindelijk kan resulteren in zijn eigen dood?

De wil om te overleven

Als we kijken naar de natuur om ons heen, wat is dan de overheersende eigenschap die alles kenmerkt wat er groeit en bloeit?

Dat is de wil om te overleven.

Rotsplantjes die op de meest onmogelijke plekjes nog kans zien om tot bloei te komen, wortels van bomen die dwars door asfalt heen breken, diertjes die zich zelfs in donkere grotten of op de oceaanbodem nog staande houden, temidden van de meest barre omstandigheden. Alles wil koste wat het kost blijven voortbestaan.

Waarom zouden dan zo ongelofelijk veel mensenlichamen (in de VS al bijna één op twee) die op het oog toch in een maatschappij leven die van alle gemakken voorzien is zodat ze vrij eenvoudig een lang en gezond leven zouden moeten kunnen leiden, dan op een gegeven moment toch zeggen: hou maar op, ik stop ermee; ik ga mezelf maar eens vernietigen...?

Ook hier ontbreekt het aan logica - ons lichaam is niet gek. Daar moet méér achter zitten.

En dat zit er ook, ontdekten wij. Want kanker is niet die boze sluipmoordenaar die als een dief in de nacht kan toeslaan zonder een aanwijsbare oorzaak, zoals de reguliere kanalen het meestal afschilderen. Het is iets heel anders.


Hoe zit het dan wel?

Een kankercel is een vorm van celdifferentiatie die, net als alle andere gedifferentieerde cellen (zoals spiercellen, haarcellen en botcellen), gecreëerd wordt door het CELMILIEU. Als deze zogenaamde micro-omgeving minder leefbaar wordt voor een cel, kan hij overschakelen op een bijzonder stukje DNA-code in onze genen.

Dit stukje vormt een programma dat vermoedelijk al sinds onheuglijke tijden in onze genen aanwezig is. Misschien al sinds de oersoep (ref.), toen de eerste organismen zich ontwikkelden in een vijandig en zuur milieu, en het enige waar die organismen zich mee bezighielden, overleven was.

In ons lichaam komen we her en der nog sporen tegen van een ver verleden, toen de mens nog lang niet zo hoog ontwikkeld was als nu. In onze hersens vinden we bijvoorbeeld ons zogenaamde reptielenbrein, een primitief en oud deel dat zich o.a. bezighoudt met overleven, voortplanting en autonome lichaamsfuncties zoals ademhaling en groei.

Als we alleen dit deel hadden, zouden we ons letterlijk nog zo gedragen als beesten. Gelukkig heeft ons brein zich daarna flink ontwikkeld en gedragen we ons tegenwoordig (meestal) wat beschaafder.

DNA-codes

Zo ook met ons DNA. Deze lange strengen van genen bestaan ook uit relatief nieuwe en oudere delen. Het is bijvoorbeeld bekend dat ongeveer 8% van het menselijk genoom afkomstig is van virussen die onze verre voorvaderen ooit binnengekropen zijn, en waar ons DNA bepaalde genen van kopieerde die nuttig waren voor onze ontwikkeling.

Ons DNA is eigenlijk een levend geschiedenisboek van alles wat de mensheid ooit doorstaan heeft. En één van de misschien wel alleroudste hoofdstukken betreft het kankerprogramma.

Virussen waren niet de enige micro-organismen die invloed uitoefenden op de ontwikkeling van ons DNA; ook bacteriën deden dat. Zij waren vermoedelijk de eerste zelfstandig opererende bewonertjes op onze planeet die leerden te overleven in die oersoep, vanwege hun eigenschap om zich razendsnel te kunnen aanpassen en constant DNA uit te wisselen om hun overlevingskansen te vergroten.

Ieder mensenlichaam heeft een ontzaglijke hoeveelheid microscopisch klein leven in zich, ook wel het microbioom genoemd. Qua totale massa bevat het menselijk lichaam zelfs meer bacterieel DNA dan eigen DNA. Deze bacteriën leven normaal gesproken in een harmonieuze symbiose met onze eigen cellen en helpen ons op allerlei manieren.

Als onze cellen hun omgeving als bedreigend gaan ervaren, kunnen ze ertoe overgaan om de overlevingsprogramma's die ze in het verleden gekopieerd hebben uit bacterieel en viraal DNA, te activeren. Waarschijnlijk kunnen ze deze programma's ook kopiëren of upgraden uit het DNA van microben die zich op dat moment in de cel bevinden (en die dus weten hoe je in dat milieu moet overleven). Daarom hebben kankercellen zoveel actieve genen overeenkomstig met het DNA van bacteriën.

Dit zijn primitieve programma's waar een cel liever geen gebruik van maakt, omdat een organisme zich van nature nou eenmaal liever steeds verder ontwikkelt. Maar in noodgevallen zal de cel dat toch doen, vanwege die onstuitbare drang om zelf, en als organisme waar hij deel van uitmaakt, te overleven.

Kanker is dus geen kwestie van beschadigd DNA, het is een programma in ons DNA.

Kanker is geen zelfvernietigingsmechanisme, maar juist een overlevingsmechanisme. Je zou het een noodsysteem kunnen noemen. Kanker beantwoordt wel degelijk aan de universele wens om te overleven, maar dan op celniveau.

De receptoren op het membraan van een cel houden constant in de gaten hoe het gesteld is met zijn milieu. Als er geconstateerd wordt dat dat milieu levensbedreigend aan het worden is, bijvoorbeeld ten gevolge van gif, ophopend metabolisch afval, overmatige verzuring (in combinatie met te weinig zuurstof), te veel suiker of negatieve energie ten gevolge van trauma's of negatieve emoties, creëert dit stress bij de cel (ref.). En deze stress kan leiden tot het extreme, bacterie-achtige celgedrag dat wij "kanker" noemen.


Geen lucratieve visie

Wij zijn zeker niet de eersten die tot deze conclusie komen. Integendeel, velen zijn ons al voorgegaan. Ook zijn er al heel wat wetenschappers geweest die andere theorieën aangedragen hebben, omdat de waarschijnlijkheid achter de huidige 'heersende opinie' op verschillende punten zo moeilijk te verdedigen is (ref.).

Maar de stempel die de farmaceutische industrie de afgelopen decennia heeft gedrukt op het medische onderwijssysteem en de wetenschap is zo groot, dat zulke geluiden nauwelijks meer aan bod komen.

Alternatieve zienswijzen leiden immers vaak niet tot goede verdienmodellen voor de farma, en dat is wel het oogpunt van de commerciële sector die de farma is: alles wat ze doen, moet (uiteindelijk) leiden tot een verdienmodel. En verdienen doen farmaceuten zeker aan de kankerindustrie: er gaat jaarlijks meer dan honderd miljard in om (ref.).

Dat wil echter allerminst zeggen dat die afwijkende zienswijzen alleen maar afkomstig zijn van kruidenvrouwtjes en kwakzalvers, zoals sommige (vaak door de industrie gesponsorde) partijen het willen doen geloven.

Charles Lineweaver en Paul Davies

Charles Lineweaver (links) en Paul Davies

In een gezamenlijk onderzoek uit 2012 genaamd "Cancer tumors as Metazoa 1.0: tapping genes of ancient ancestors" (ref.) bijvoorbeeld hypothetiseren de wetenschappers Paul Davies van de Amerikaanse Arizona State University en Charles Lineweaver van de Australische National University dat kanker eerder gezien moet worden als een "zeer efficiënte voorgeprogrammeerde reactie op stress, aangescherpt door een lange periode van evolutie".

Ze stellen voor dat kanker een "evolutionaire stap terug is, die gehaald wordt uit een genetische 'gereedschapskist' van minstens een miljard jaar oud die nog steeds begraven ligt - normaal gesproken sluimerend - diep in het genoom van onze cellen."

Ze noemen deze onderliggende genetische laag "Metazoa 1.0" t.o.v. de verder ontwikkelde "Metazoa 2.0" genen die nu meestal actief zijn (metazoa zijn meercellige dieren) en vermoeden dat hierin de paden en programma's liggen die eens onmisbaar waren voor onze oude cellulaire voorgangers om te overleven in een radicaal andere omgeving.

"In plaats van de kenmerkende eigenschap van kanker, namelijk voortdurende celdeling, te beschouwen als een nieuw ontwikkelde eigenschap veroorzaakt door willekeurige mutaties, zou het als de standaardtoestand van de cel moeten worden gezien. Een veilige modus die een miljard jaar geleden is ontwikkeld toen 'niet sterven' de eerste prioriteit was."

"Niet voor niets delen we meer dan 100 oncogenen ​​in ons DNA met een breed scala aan diersoorten, waaronder de fruitvlieg. Wat wel aangeeft hoe oud en universeel deze genen zijn," stellen ze.


Iedereen heeft kanker

Hoewel de activatie van dit programma op zich geen goed teken is, hoeft het in eerste instantie nog helemaal geen problemen op te leveren. Sterker nog, het vindt bij ons allemaal dagelijks talloze malen plaats.

Dat kan bijvoorbeeld zo gaan: één van onze bijna honderd biljoen cellen constateert dat zijn omgeving levensbedreigend is, bijvoorbeeld door de aanraking met landbouwgif uit ons voedsel dat we bijna allemaal in ons lichaam hebben (ref.). Hij wordt kankerachtig.

Vanaf dat moment heb je dus eigenlijk kanker, maar dat is nog met geen enkel instrument te meten. En misschien maar goed ook, want met de huidige opvattingen over kanker zou dat waarschijnlijk massale volkspaniek opleveren.

Ons afweersysteem kan als enige alle kankercellen opruimen

Het vormt echter nog geen reden tot bezorgdheid, want deze kankercel wordt vervolgens geconfronteerd met een tot de tanden toe bewapend legertje dat we allemaal in ons hebben: het afweersysteem. Dit legertje heeft de kankercel WEL in de gaten, maakt korte metten met hem en voert hem af via de reinigingskanalen.

Het wordt pas een probleem als ons afweersysteem verzwakt raakt en ons endocannabinoïde systeem er minder goed in slaagt om het lichaam in homeostase te houden.

Dat kan bijvoorbeeld gebeuren door een tekort aan goede voedingsstoffen en een teveel aan stress en suiker, wat ons afweersysteem ondermijnt. Dan kan de omgeving voor zo'n kankercel aanleiding geven om te gaan delen. En dan is het verzwakte afweersysteem ook niet meer voldoende in staat om dit nog tegen te houden.

Dit kan op vrijwel elke plek in het lichaam zijn. Vaak gebeurt het ergens in ons lymfestelsel, als het weefselvocht (oftewel de lymfe) door een gebrek aan lichaamsbeweging niet lekker meer door kan stromen en gif- en metabole afvalstoffen zich ophopen.

Het lymfesysteem, door sommige artsen ook wel het riool van het lichaam genoemd, heeft immers geen centrale pomp tot zijn beschikking die alles steeds in beweging houdt, zoals de bloedbaan dat wel heeft in de vorm van ons hart. Het is voor de afvoer van gifstoffen en metabolische afvalstoffen van onze eigen lichaamsbeweging afhankelijk.

En de meeste mensen bewegen veel te weinig. Onderzoek liet zien dat de gemiddelde Amerikaan bijvoorbeeld nog maar zo'n twee uur per week fysiek actief is (ref.).

De kankercel blijft dan dus zitten in een verzurende omgeving die hem de juiste signalen geeft om de rest van zijn programma af te werken: hij gaat zich snel delen, schermt zich af van de controlemechanismen van het lichaam, legt aderen aan om zichzelf en zijn soortgenoten van voedsel te voorzien, enz. Ziedaar: de geboorte van een tumor.


Vervuilde omgeving

Ook minder kieskeurig

Kankercellen kunnen heel wat meer 'troep' aan dan andere cellen. Waar gewone cellen gevoelige organismen zijn die een kritisch dieet volgen en pas goed kunnen functioneren als er aan een aantal strikte voorwaarden voldaan wordt (bijvoorbeeld een pH van het celvocht van tussen de 7,35 en 7,45), zijn kankercellen heel wat minder kieskeurig.

Ze hebben geen problemen met een omgeving waar metabole afvalproducten zoals urinezuur, ammonia en melkzuur zich opgehoopt hebben (ref.), of dode cellen die niet afgevoerd konden worden door het lymfesysteem en waar bacteriën en schimmels op afgekomen zijn (ref.). Ook nemen ze zonder problemen grote hoeveelheden suiker en gif op. Daarom stinken tumoren vaak ook zo als ze operatief verwijderd worden.

Bij kankerpatiënten is de aanmaak van adrenaline vaak verstoord, bijvoorbeeld als gevolg van langdurige stress. Adrenaline is nodig voor het reguleren van de bloedsuikerspiegel. Aangezien er in bewerkt voedsel vaak veel te veel suiker zit, heeft het lichaam dan dus een probleem. Teveel glucose in de cellen kan immers allerlei ernstige problemen veroorzaken, tot blindheid aan toe. Tumoren helpen om meer glucose te verbranden.

Ook bij chronische ontstekingen bieden tumoren uitkomst. Ontstekingen kunnen gevaarlijk zijn, bijvoorbeeld als ze de darmen dreigen te verstoppen. Een tumor produceert enzymen die ontstekingsremmend werken (ref.).

Dat tumoren echt niet alleen maar boosdoeners zijn, mag ook wel blijken uit de manier waarop ze opgebouwd zijn. Hoe primitief ook, er zit wel degelijk een idee achter. De typische, grote 'Hulk-achtige' kankercellen die het vuile werk verrichten dat het onderliggende probleem op moet lossen, worden zoveel mogelijk van de rest van het lichaam afgeschermd door structuren van goedaardige cellen die nooit kankerachtig worden.

Helaas zijn dit de cellen die meestal als eerste afsterven bij agressieve behandelingen zoals chemo of bestraling. Hierdoor lijkt het weliswaar qua grootte of de tumor in remissie gaat, maar wordt in werkelijkheid de deur juist opengezet voor de sterkere kankercellen om te gaan zwerven in het lichaam.


Stamcellen

De eerste cellen die kankerachtig worden, zijn meestal de stamcellen. Geen speciale "kankerstamcellen", zoals sommige onderzoekers suggereren (ref.), maar gewone stamcellen, zoals we er ontelbare in ons lichaam hebben. Ze komen overal in ons weefsel voor. Dit zijn zeg maar blanco, onbeschreven cellen (ref.).

Standby

In tegenstelling tot gedifferentieerde cellen zoals spiercellen of botcellen, hebben ze nog geen functie aangenomen, ze zitten er 'voor het geval dat'. Ze komen pas in actie als daar aanleiding toe is, bijvoorbeeld als er een oude cel vervangen moet worden of als er weefsel beschadigd is dat geheeld moet worden.

Het benodigde programma daarvoor zit in onze genen, want iedere cel in ons lichaam heeft hetzelfde DNA waarin de programma's voor alle mogelijke celdifferentiaties opgeslagen liggen.

Afhankelijk van de situatie kan de stamcel twee dingen doen: of hij differentieert meteen, of hij deelt zich eerst, zodat daarna meer cellen kunnen differentiëren.

Hetzelfde geldt voor kanker. Een stamcel stelt zijn kankerprogramma in werking zodra hij constateert dat zijn leefomgeving onleefbaar is geworden. Hij blijft zich delen en kankercellen produceren zolang hier geen verandering in optreedt. Zo groeit een tumor.

Zodra de situatie verbetert, neemt de stamcel weer zijn neutrale, onbeschreven status aan. Dit wordt de "plasticiteit" van de stamcel genoemd. In een leefbaar celmilieu is ook het afweersysteem weer beter in staat om kankercellen onschadelijk te maken, en zo slinkt de tumor weer.

Dit proces vindt waarschijnlijk vele malen plaats in de meesten van ons, zonder dat we dat ooit in de gaten hebben. Bijvoorbeeld in periodes van stress.


Milieuramp op celniveau

Milieuvervuiling

Als de micro-omgeving op een bepaalde plek in het lichaam achteruit gaat, zal het lichaam eerst proberen om de overlast voor de reeds gedifferentieerde cellen daar tot een minimum te beperken. De eerste kankercellen die gevormd worden nemen 'troep' uit het milieu op en de tumorgroei zal zoveel mogelijk plaatsvinden in doordringbare ruimtes zoals langs bloedvaten, weefsels en spierbanen (ref.).

Als de vijandige omgeving echter niet verandert, gaat er hoe langer hoe meer mis. De weerstand van de gedifferentieerde cellen neemt af en het weefselvocht wordt zuurder, waardoor de normale energieproductie van cellen d.m.v. zuurstof een probleem wordt. Immers: hoe zuurder een vocht, hoe minder zuurstof het kan opnemen.

Als in een levend organisme de omgeving verzuurt en de weerstand afneemt, is dat voor Moeder Natuur een signaal dat haar opruimers aan het werk gezet moeten worden in de vorm van schimmels en bacteriën. Daarom worden er bij tumoren ook zo vaak witte schimmels geconstateerd in het weefsel. Die microben hoeven niet van buitenaf te komen, die zijn sowieso al in het lichaam aanwezig.

Zo komen er steeds meer bacteriën de cel binnen, die voortdurend muteren. Daar begint het bacterieel DNA te communiceren met het menselijk DNA in de celkern (ref.) en vermoedelijk ook met het afwijkende DNA in de mitochondriën, ook wel het mtDNA genoemd.

In veel gevallen lijkt deze interne DNA-communicatie het signaal te vormen voor een gedifferentieerde cel om ook kankerachtig te worden.

In 1930 werd al aangetoond dat weer wanneer de microben in kankercellen met trillingstechnieken (bioresonantie) worden gedood, de kankercellen weer kunnen herstellen tot normale cellen (ref.). Dit vormt een aanwijzing dat bovenstaande veronderstelling klopt.

Sommige onderzoekers zijn hierdoor echter de bacteriën als de boosdoeners gaan zien, terwijl die alleen maar het logische gevolg zijn van een verslechterd celmilieu.

Wanneer ook de gedifferentieerde cellen carginogeen worden, raakt een orgaan zoals bijvoorbeeld een nier of de lever uiteindelijk dusdanig aangetast dat het slechter gaat functioneren.

Bij de meeste soorten kanker duurt het echter jaren voordat de tumorgroei, die immers altijd maar met één kleine kankercel begint, deze schadelijke fase bereikt.


Extreem celgedrag door extreme omstandigheden

Als er sprake is van extreme toxiciteit in het celmilieu, bijvoorbeeld tijdens chemo- of bestralingskuren, kunnen gedifferentieerde cellen die kankerachtig geworden zijn zelfs gaan functioneren als stamcellen (ref.).

Ze passen zich zodanig aan het gif om hen heen aan dat ze er immuun voor worden en maken grote hoeveelheden kankercellen tegelijk aan, om de rest van het lichaam zoveel mogelijk te ontlasten.

Veel kankercellen (en nog veel meer gezonde cellen) leggen echter het loodje in zo'n zee van gif, vandaar dat een oncoloog na een chemo- of bestralingskuur toch kan constateren dat de tumor "in remissie" is.

Haarden

Hierbij wordt echter over het hoofd gezien dat er vaak tal van nieuwe kankerhaarden in het lichaam ontstaan zijn die ook weer tot tumoren kunnen uitgroeien, tenzij de patiënt de onderliggende oorzaak van zijn kanker aanpakt.

Dit laatste maakt echter geen deel uit van de standaardbehandelingen, want oorzaken worden in het ziekenhuis niet besproken. Vandaar dat zoveel patiënten na enige tijd te horen krijgen dat er een "terugval" is en dat de kanker bovendien is "uitgezaaid".

Sommige van deze uitzaaiingen worden in een laboratorium onderzocht om een eventuele relatie met de eerste tumor vast te stellen. Maar als er teveel haarden worden aangetroffen op de scan, wordt dat vaak achterwege gelaten en wordt de patiënt "uitbehandeld" verklaard.

Het wrange van deze standaardbehandelmethoden is hiernaast dat ze bij bestaande tumoren vaak de bescherming kapotmaken die juist hielp om de kankercellen weg te houden bij de rest van het lichaam. Bij tumoren vindt er behalve de inwendige structuren van goedaardige cellen die de kankercellen op hun plek houden, vaak ook een uitwendige inkapseling plaats met een eiwitrijk, vezelachtig laagje, waardoor de omringende weefsels afgeschermd worden.

Door het vergiftigen van deze beschermlagen kunnen kankercellen zich vaak juist sneller verspreiden. Dit effect wordt ook gezien bij puncties (ook wel biopsies genoemd). De holle naald van soms wel 6 mm dikte die in de tumor geschoten wordt, kan het weefsel en de inkapseling van de tumor zodanig verstoren dat kankercellen daarna makkelijker gaan zwerven.


Een kat in het nauw...

Hoewel kanker een programma is dat ieder mens in z'n DNA heeft, mag het activeren van deze genen niet gezien worden als een gecoördineerde, weloverwogen actie van het lichaam.

Het is weliswaar een lichaamseigen mechanisme en dus feitelijk geen ziekte, maar het heeft er wel veel kenmerken van en is net zo onwenselijk. Kanker is een noodreactie van gestreste cellen, een uiterste poging om nog iets te maken van een hopeloze situatie. Zonder kanker zou het lichaam al veel eerder bezwijken.

Help

Maar zoals in de meeste noodsituaties, verloopt dit chaotisch. Kankercellen slurpen een overmaat aan eiwitten op, waardoor de algehele gezondheid van de patiënt vaak achteruit gaat en hij vermagert, soms zelfs heel snel. Ook kunnen tumoren tegen zenuwen aan gaan drukken, wat pijn veroorzaakt.

Kankercellen fermenteren hun suiker in plaats van het te verbranden met behulp van zuurstof, zoals normale cellen doen. Maar dit werkt een stuk minder efficiënt. Per molecuul glucose kan een cel via verbranding 32 moleculen ATP (oftewel adenosinetrifosfaat, de organische verbinding die onze cellen van energie voorziet) produceren, terwijl het via fermentatie niet verder komt dan 2 ATP-moleculen.

De kankercellen verbruiken zo veel van de beschikbare glucose dat er weinig meer overblijft voor normale cellen. Hierdoor komen die niet meer aan hun normale werk toe en ontstaat er een toestand van algehele malaise met vaak ook bloedarmoede, een verkleurende huid, enz.

Het lichaam zal wanhopig proberen om aan meer glucose te komen door noodzakelijke eiwitten in de spieren af te breken en de zo vrijkomende aminozuren om te zetten in glucose. Hierdoor teert het spierweefsel in.

Daarnaast doet de aanwezigheid van een tumor een groot beroep op het vaak toch al overbelaste afweersysteem, dat de kankercellen wil blijven afbreken. Dit kost veel energie, waardoor de patiënt nog sneller moe wordt en bevattelijk wordt voor andere aandoeningen.

Bovendien produceert de glucosefermentatie van kankercellen meer melkzuur dan de zogenaamde aerobe (op zuurstof gebaseerde) ATP-productie van normale cellen, waardoor het bloed en de lymfe kunnen verzuren.

Zoals gezegd: hoe lager de pH van vloeistof, hoe minder zuurstof het kan opnemen. Dat effect is al snel merkbaar; als de pH van alkalisch (hoger dan 7.0) maar een paar tienden punt daalt naar mild zuur (onder de 7.0), kan een vloeistof al honderd keer minder zuurstof opnemen. Met als gevolg dat ook andere cellen te kampen kunnen krijgen met zuurstofgebrek (ref.).

Zo'n algeheel deplorabele fysieke toestand wordt cachexie genoemd. De patiënt raakt uitgeput, uitgehongerd en komt aan het eind van zijn Latijn.

Voeg hierbij nog eens de schadelijke effecten van conventionele behandelingen zoals chemo en bestraling (ref.), en het is duidelijk dat het uiteindelijk bijna onmogelijk wordt voor het lichaam om dit allemaal nog te doorstaan.


Onvoorziene omstandigheden

Het is tamelijk bizar te noemen dat het lichaam in deze tijden van relatieve welvaart nog zo vaak een beroep moet doen op zo'n antiek, onaangepast stukje DNA als het kankerprogramma. En zo was het waarschijnlijk ook nooit bedoeld. Moeder Natuur heeft vermoedelijk niet zien aankomen dat wij mensen ooit in een samenleving terecht zouden komen waarin gezond eten, genoeg beweging en sociale verbinding zo in het verdomhoekje kwamen te zitten.

Geen enkel scenario voorzag in de overdaad aan suiker die het menselijk lichaam tegenwoordig te verstouwen krijgt, het zuurstoftekort in onze cellen en de hoeveelheid gif die o.a. via voedsel, kleding, tandheelkundige materialen, cosmetica, huishoudproducten, luchtverontreiniging en vaccins ons lichaam binnenkomt. Zelfs al vanaf het prille begin, via de navelstreng die ons aan onze moeder verbindt, nog voordat we überhaupt het levenslicht zien (ref.).

Er werd geen rekening gehouden met de disbalans in onze hormoonhuishouding waar velen van ons vandaag de dag mee te kampen hebben als gevolg van gif, schadelijke E-nummers, medicijnen en onnatuurlijke handelingen zoals abortus.

Om over de hoeveelheid belastende elektrosmog om ons heen en de bijnieruitputting waar veel mensen tegenwoordig mee rondlopen, vaak zonder dat ze het weten, nog maar te zwijgen.

Kanker is een aandoening die 9 van de 10 keer ontstaat door de onnatuurlijke omgeving waarin we leven. En die ook alleen maar te genezen is als we het zo benaderen. Erfelijke factoren spelen hier maar een kleine rol in, en zelfs die genen zullen alleen maar geactiveerd worden als het celmilieu hier aanleiding toe geeft.

Niet de tumor is het probleem, maar de conditie van het lichaam. De tumor is slechts een symptoom dat er iets mis is. Het weghalen van de symptomen zal je niet beter maken als je de oorzaak niet weghaalt, meestal door je levensstijl aan te passen (ref.).


"Ons hele beeld van kanker moet omgevormd worden van een vijand die ons aanvalt en waar we oorlog tegen moeten voeren, naar iets wat ons lichaam doet, vermoedelijk om een steeds meer onherbergzame, voedselarme, en kankerverwekkende stof- en stralingsrijke omgeving te overleven."
- Sayer Ji, oprichter Greenmedinfo.com (ref.)

Kan kanker dan nooit het gevolg zijn van foutjes bij de celdeling? Vanwege de zelfcorrigerende mechanismen die DNA tot zijn beschikking heeft, is die kans bijzonder klein. Maar kanker kan wel ontstaan als gevolg van schade aan het DNA zelf. Bijvoorbeeld door (be-)straling of vrije radicalen (ref.).

Als DNA zodanig beschadigd raakt dat het zijn oorspronkelijke differentiatieprogramma niet meer kan uitvoeren, kan het soms nog wel terugvallen op zijn overlevingsprogramma: kanker. Maar dan heeft die schade dus al plaatsgevonden vóórdat de volgende celdeling plaatsvindt.

Of de kanker daarna doorgroeit tot een detecteerbare tumor hangt af van de conditie van het lichaam en het celmilieu.


De weg naar genezing

Maar zoals gezegd, er is hoop. Er blijken verrassend veel manieren te zijn om van kanker te genezen, en een flink aantal daarvan zullen we bespreken op deze site.

Soms is het voor het verdwijnen van kanker zelfs al voldoende om simpelweg in het kankerweefsel te knijpen. Proeven met kankerachtig borstweefsel aan de Universiteit van Californië hebben dat laten zien (ref.).

De druk die zo uitgeoefend wordt op het weefsel kan ervoor zorgen dat verschillende factoren die eerst kankerverwekkend werkten, zoals ophopend celafval en zuur weefselvocht, dan zodanig veranderen dat de cel constateert dat zijn milieu weer voldoende leefbaar geworden is, en zich weer normaal gaat gedragen.


Geknepen cellen

Links: kankerweefsel voordat het uitgeknepen is. De cellen zijn ongeorganiseerd en groot.

Rechts: hetzelfde stukje weefsel na het knijpen. De cellen zijn geslonken en gedragen zich weer normaal.


Voor een blijvende genezing van kanker, en ook voor de voorkoming ervan, is het echter belangrijk dat de aanpak holistisch gebeurt. Er moet een zodanig klimaat gecreëerd worden in het lichaam dat cellen niet meer hoeven terug te vallen op dat oude noodprogramma.

En dat er bij het handjevol cellen die dat toch doen (het is in onze westerse samenleving immers lastig om helemaal vrij te blijven van gif of oxidatieve stress) een afweersysteem in topvorm klaarstaat om weer orde op zaken te stellen.

Ontstressen, ontgiften, veel beweging, natuurlijke voeding, het gebruik van stoffen met een anti-kankerwerking (zoals kurkuma, wietolie en vitamine B17) en het behandelen van psychische en spirituele pijnpunten kunnen hierbij letterlijk van levensbelang zijn (ref.).

En als het even kan ook nog een gezonde portie inspiratie en levenslust, en liefde en aandacht van anderen. Want zoals het verhaal aan het begin van deze pagina al liet zien: positieve energie kan meer doen voor een lichaam met kanker dan welk medicijn dan ook dat ooit zal kunnen.


Kanker uitgelegd


KankerVerslagen


Home Home      Inhoudsopgave Inhoudsopgave     

Referenties (ref.)

  1. Sayer Ji (GreenMedInfo) interviewed by the Health Ranger on the SCIENCE of natural medicine. [ terug naar boven ]

  2. Kanker - Wikipedia. [ terug naar boven ]

  3. ‘Pech’ speelt belangrijke rol bij ontstaan van kanker. [ terug naar boven ]

  4. Nooit meer chemotherapie? Wetenschappers veranderen agressieve kankercellen in gezonde cellen.

     • Malignant breast cancer cells to revert to normal with manipulation.

     • Pancreatic cancer cells coaxed back into normal cells.

     • Differentiation therapy: a promising strategy for cancer treatment.

     • New enzyme targets for selective cancer therapies. [ terug naar boven ]

  5. Cancer as a mitochondrial metabolic disease. [ terug naar boven ]

  6. Gezonde Mensen.

     • Het geheim van de Hunza stam in Pakistan, ze worden oud en weten niet wat kanker is.

     • Traditionele volken herbergen mogelijk superprobiotica.

     • Essay on Health. [ terug naar boven ]

  7. Cancer 'is purely man-made' say scientists after finding almost no trace of disease in Egyptian mummies. [ terug naar boven ]

  8. Oersoep - Wikipedia. [ terug naar boven ]

  9. Has Cancer Been Completely Misunderstood?.

     • The "Intelligence" of Cancer Cells - Sayer Ji. Link werkt niet meer? Misschien staat hij nog ergens anders op YouTube. [ terug naar boven ]

  10. Cancer as a mitochondrial metabolic disease.

     • Towards a systemic paradigm in carcinogenesis: linking epigenetics and genetics..

     • Paradoxes in carcinogenesis: new opportunities for research directions..

     • Somatic mutation theory of carcinogenesis: why it should be dropped and replaced..

     • The somatic mutation theory of cancer: growing problems with the paradigm?. [ terug naar boven ]

  11. The world spent this much on cancer drugs last year. [ terug naar boven ]

  12. Cancer tumors as Metazoa 1.0: tapping genes of ancient ancestors. [ terug naar boven ]

  13. Europeanen krijgen zonder het te weten het gif glyfosaat binnen.

     • 100 procent Europarlementariers heeft kankerverwekkend glyfosaat in lichaam. [ terug naar boven ]

  14. How Much Do Americans Really Exercise?. [ terug naar boven ]

  15. “Kanker is geen ziekte maar een overlevingsmechanisme”.. [ terug naar boven ]

  16. This is How Cells Become Cancerous. Link werkt niet meer? Misschien staat hij nog ergens anders op YouTube. [ terug naar boven ]

  17. Het beste artikel over kanker ooit. [ terug naar boven ]

  18. Kankerstamcellen stimuleren tumorgroei.

     • Four Things You Need to Know About Cancer Stem Cells That Could Save Your Life. [ terug naar boven ]

  19. Volwassen stamcel - Wikipedia. [ terug naar boven ]

  20. Afweercellen als pacman achter kankercellen aan. [ terug naar boven ]

  21. Kankercellen zitten vol bacterieel DNA. [ terug naar boven ]

  22. What Really Causes Cancer. [ terug naar boven ]

  23. 10 Questions to Ask BEFORE Accepting Radiation Therapy for Cancer. [ terug naar boven ]

  24. What Causes Cancer and What Is it Really?. [ terug naar boven ]

  25. Is the Standard Cancer Treatment Killing Us?. Link werkt niet meer? Misschien staat hij nog ergens anders op YouTube. [ terug naar boven ]

  26. Kanker bij kinderen: een oprukkend monster.

     • BODY BURDEN: THE POLLUTION IN NEWBORNS. [ terug naar boven ]

  27. Henk Fransen - De arts van de toekomst. Link werkt niet meer? Misschien staat hij nog ergens anders op YouTube. [ terug naar boven ]

  28. DNA-schade - Wikipedia. [ terug naar boven ]

  29. Kanker bij kinderen: een oprukkend monster. [ terug naar boven ]

  30. Millions Wrongly Treated for 'Cancer,' National Cancer Institute Panel Confirms. [ terug naar boven ]

  31. To revert breast cancer cells, give them the squeeze. [ terug naar boven ]

  32. Handleiding voor natuurlijke kankerbestrijding. [ terug naar boven ]




© KankerVerslagen.nl | 15 november 2018 | Contact